> For the complete documentation index, see [llms.txt](https://docs.artific.nl/llms.txt). Markdown versions of documentation pages are available by appending `.md` to page URLs; this page is available as [Markdown](https://docs.artific.nl/voor-beheerders/assistenten/connectors.md).

# Connectors

Connectors geven een assistent toegang tot acties op een externe server, via het Model Context Protocol (MCP). Je stelt ze in op het tabblad **Connectors** van een assistent.

Deze pagina is noodgedwongen technisch. Zoek je de eenvoudiger opties, kijk dan bij [Tools](/voor-beheerders/assistenten/tools.md).

## Wat een connector is

Een connector wijst naar een MCP-server. Zodra de verbinding staat, vraagt het platform die server wat hij kan en krijgt het een lijst met **acties** terug. Jij bepaalt vervolgens welke van die acties de assistent mag gebruiken.

Hetzelfde idee komt op drie plekken terug:

| Waar                                                  | Reikwijdte                                                                                                                                            |
| ----------------------------------------------------- | ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| Het tabblad **Connectors** van een assistent          | Alleen die assistent.                                                                                                                                 |
| Het tabblad **Connectors** van een AI Toolbox-element | Alleen dat element.                                                                                                                                   |
| **Organisatiebeheer → Gedeelde connectors**           | Beschikbaar voor de hele organisatie, zodat je hem kunt hergebruiken. Zie [Gedeelde connectors](/voor-beheerders/organisatie/gedeelde-connectors.md). |

## Een connector toevoegen

Kies op het tabblad **Connectors** voor **Connector toevoegen → Eigen aanmaken**, of voor **Bestaande gebruiken** om er een te kiezen die je organisatie al deelt.

| Veld              | Wat je invult                                                                        |
| ----------------- | ------------------------------------------------------------------------------------ |
| **Naam**          | Een herkenbare naam, bijvoorbeeld `Ticketing connector`.                             |
| **Server-URL**    | Het MCP-endpoint, bijvoorbeeld `https://mcp.example.com/mcp`.                        |
| **Transport**     | **Streamable HTTP (aanbevolen)** voor actuele servers, **SSE (legacy)** voor oudere. |
| **Authenticatie** | Hoe het platform aantoont wie het is. Zie hieronder.                                 |

### Authenticatieopties

#### Geen

Voor servers die geen inloggegevens nodig hebben. Je hoeft verder niets in te vullen.

#### Bearer token

| Veld                        | Wat je invult                                                                                                                                 |
| --------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| **Bearer token**            | Het token zelf. Het wordt versleuteld opgeslagen en na het opslaan gemaskeerd. Laat het bij bewerken leeg om het bestaande token te behouden. |
| **Auth-header (optioneel)** | De header waarin het wordt meegestuurd, bijvoorbeeld `x-api-key`. Laat leeg om de standaardheader `Authorization: Bearer` te gebruiken.       |

#### OAuth: Organisatiebreed

Eén gedeelde inloggegevens voor de hele organisatie. Iedereen die de assistent gebruikt, handelt via hetzelfde account.

| Veld               | Wat je invult                                                                                |
| ------------------ | -------------------------------------------------------------------------------------------- |
| **Token endpoint** | Bijvoorbeeld `https://auth.example.com/oauth/token`.                                         |
| **Client ID**      | Uit de registratie van je OAuth-applicatie.                                                  |
| **Client secret**  | Laat bij bewerken leeg om het bestaande secret te behouden.                                  |
| **Scopes**         | Gescheiden door spaties, bijvoorbeeld `read write`. Laat leeg als de server ze niet vereist. |

#### OAuth: Per gebruiker

Iedereen geeft toestemming voor zijn eigen account, zodat de assistent namens diegene handelt en alleen ziet wat diegene mag zien. Kies dit altijd als het externe systeem rechten per gebruiker kent die het waard zijn om te respecteren.

**Auto-discover (MCP-native)** is de makkelijke weg: vul een naam en URL in, en het platform vindt de endpoints en registreert zichzelf automatisch. Gebruik het voor elke remote MCP-server die zich aan de standaard houdt.

Zet je auto-discover uit, dan stel je het met de hand in:

| Veld                          | Wat je invult                                                                                                      |
| ----------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ |
| **Authorization endpoint**    | Waar gebruikers naartoe worden gestuurd om toestemming te geven.                                                   |
| **Token endpoint**            | Waar het platform de code inwisselt.                                                                               |
| **Client ID**                 | De publieke client ID uit je registratie.                                                                          |
| **Client secret (optioneel)** | Alleen voor aanbieders die een vertrouwelijke client vereisen. Laat leeg voor publieke clients die PKCE gebruiken. |
| **Scopes**                    | Gescheiden door spaties.                                                                                           |

Na het opslaan koppelt elke gebruiker zijn eigen account via een inlogvenster, de eerste keer dat hij het nodig heeft. Tot die tijd toont de connector **Niet verbonden** en vraagt de chat om verbinding te maken.

## Testen vóór het opslaan

**Verbinding testen** benadert de server en meldt **Verbonden: N acties beschikbaar**, of legt uit wat er misging. Je kunt al vanuit het testresultaat losse acties toestaan of blokkeren voordat je opslaat.

{% hint style="warning" %}
Een geslaagde test is vereist voordat je een nieuwe connector kunt opslaan, en voordat je een wijziging kunt opslaan die de verbinding zelf raakt: URL, transport, authenticatietype, header, endpoints, scopes of een nieuw secret. Alleen hernoemen vraagt niet om een nieuwe test.
{% endhint %}

## Acties beheren

**Acties beheren** toont alles wat de server aanbiedt, elk met een schakelaar **Toestaan** / **Blokkeren**. Geblokkeerde acties zijn volledig verborgen voor de assistent. Hij weet niet dat ze bestaan en is er niet toe over te halen.

Begin streng. Sta de acties toe die de assistent echt nodig heeft voor zijn taak en blokkeer de rest, vooral alles wat schrijft, verwijdert of verstuurt.

Is de connector overgenomen uit de gedeelde connectors van je organisatie, dan worden de acties centraal beheerd en kun je ze hier niet wijzigen. Centraal geblokkeerde regels tonen **Geblokkeerd door je organisatie**.

Gebruik **Connector vernieuwen** nadat de externe server is veranderd, om nieuwe acties op te halen.

## Statussen van een connector

| Status                             | Wat het betekent                                                                                        |
| ---------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| **Verbonden** / **Niet verbonden** | Bij OAuth per gebruiker: of *jij* je account hebt gekoppeld.                                            |
| **Onbereikbaar**                   | Het platform kon de server niet bereiken. Controleer de URL en de inloggegevens.                        |
| **Nog niet ontdekt**               | De connector is opgeslagen maar zijn acties zijn nog niet uitgelezen. Gebruik **Connector vernieuwen**. |
| **Overgenomen** / **Gedeeld**      | De connector komt van organisatieniveau en niet van deze assistent.                                     |

## Een connector verwijderen

**Verwijderen** ontkoppelt hem van deze assistent. De bevestiging noemt de naam van de connector, zodat je niet de verkeerde weghaalt.
